De FOMO van een AI-enthousiast
Deze week kreeg ik toegang tot de alfaversie van Google Workspace Studio. Voor iemand die al maanden investeert in Claude Code en AI-automatisatie, voelde dit als een cadeautje. Eindelijk toegang tot iets waar anderen nog op wachten. De mogelijkheden binnen ons Google-ecosysteem leken plots eindeloos.
Mijn eerste reactie was puur enthousiasme. Dit is hoe we de concurrentie voor kunnen blijven. Dit is waar de toekomst zit.
Mijn tweede reactie kwam een paar uur later. En wanneer ga ik hier tijd voor vinden?
Het probleem met mogelijkheden
Het AI-landschap beweegt zo snel dat het soms voelt alsof ik op een trein probeer te springen die al vertrokken is. Net als ik iets onder de knie heb - Claude Code, een eigen workflow, een tool die werkt - verschijnen er drie nieuwe dingen die ik "ook moet kennen".
Die alfa-toegang was daar een perfect voorbeeld van. In plaats van enkel blij te zijn, merkte ik dat mijn hoofd onmiddellijk begon te rekenen. Als ik hier tijd in steek, gaat dat ten koste van iets anders. En dat "iets anders" is niet niks. Het zijn collega's die aandacht nodig hebben. Gesprekken die gevoerd moeten worden. De menselijke kant van leiderschap die niet geautomatiseerd kan worden.
De tweestrijd die blijft hangen
Wat me het meest bezighoudt, is dat dit geen eenmalige afweging is. Het is een constante achtergrond. Ook thuis. Ook 's avonds. Die stem die zegt: als je nu kiest voor X, dan blijft Y liggen.
Ik merk dat het me moe maakt. Niet fysiek, maar mentaal. Het voortdurend wikken en wegen zonder tot een echte beslissing te komen.
En het ironische is: ik weet wat ik mezelf zou aanraden. Ik schreef recent nog over afremmen om te accelereren. Over het belang van even stilstaan om te bepalen waar je naartoe wil. Maar weten en doen zijn twee verschillende dingen.
Mens en machine
De echte vraag die eronder zit, is misschien niet "welke tool leer ik eerst". Het is: hoe betrek ik mens en machine allebei in wat ik probeer te bereiken?
Automatisatie is geen doel op zich. Het is een middel om ruimte te creëren. Maar ruimte waarvoor? Als die ruimte niet naar de mensen gaat - naar gesprekken, naar verbinding, naar de dingen die echt het verschil maken - dan is het enkel efficiëntie omwille van de efficiëntie.
Marcus Aurelius schreef dat we ons niet moeten laten meeslepen door wat dringend lijkt, maar moeten focussen op wat werkelijk belangrijk is. Het probleem is dat in AI-land alles dringend lijkt. Elke nieuwe release, elke alfa-toegang, elke update voelt als iets dat je niet mag missen.
Maar misschien is de kunst net om te aanvaarden dat je niet alles kan volgen. En dat dat oké is.
Waar ik nu sta
Ik heb nog geen antwoord. Ik zit er middenin. Wat ik wel weet, is dat het helpt om dit uit te schrijven. Om eerlijk te zijn over die tweestrijd in plaats van te doen alsof ik alles onder controle heb.
Misschien is de eerste stap gewoon even afremmen. Kijken wat er echt toe doet. En dan pas beslissen waar de volgende investering naartoe gaat.